De weg die benoemd wordt, is niet de weg

21-07-2026
Leestijd: ca. 13 min

Communiceren…. we gebruiken hiervoor nog steeds het meest onze taal, onze woorden. We moeten de dingen – vatbaar en abstract – benoemen, beschrijven, vergelijken en onderscheiden om iets duidelijk te maken. Maar tegelijk schuilt daarin een gevaar: interpretatie. Het gevaar verschijnt meestal aan de twee uitersten.

Enerzijds, hoe dichter we bij de grens van ons kennen en kunnen werken, hoe moeilijker het wordt om onze ervaring exact in woorden te vatten. Maar anderzijds gebeurt iets soortgelijk in de ogenschijnlijk eenvoudig lijkende beschrijvingen die gebruikt worden in de tai ji quan. Het woord kan letterlijk verward worden met datgene waarnaar het verwijst, of met wat we eronder verstaan. Hierdoor denken we vaak dat wanneer we iets kunnen benoemen, we het ook begrijpen.

Dit is een interessante paradox binnen het leren en onderwijzen van tai ji quan. Een leraar kan niet anders dan woorden gebruiken om een leerling richting te geven. Hij benoemt principes, maakt onderscheid en probeert ervaringen te beschrijven die de leerling zelf nog niet kent.

Maar wat gebeurt er wanneer de leerling die woorden begint te beschouwen als de waarheid zelf? En wat als de ervaring die hij aan die woorden koppelt slechts een eerste, voorlopige versie is van iets wat zich door verdere training nog veel dieper kan ontvouwen?

Misschien ligt daar een van de belangrijkste lessen uit het eerste vers van de Dao De Jing.

De Dao die benoemd kan worden

Het eerste vers van de Dao De Jing begint met een gedachte die op het eerste gezicht bijna tegenstrijdig lijkt.

De Dao die onderwezen of benoemd kan worden, is niet de eeuwige Dao. Het naamloze is het begin van hemel en aarde. Het benoemde is de moeder van alle dingen. – Lao Zi

En toch bestaat de Dao De Jing uit woorden. Laozi gebruikt woorden om ons iets duidelijk te maken over datgene wat volgens zijn eigen woorden uiteindelijk niet benoemd kan worden. Dat is geen tekortkoming. Het wijst misschien eerder op de functie die woorden hebben. We hebben ze nodig om ergens te beginnen.

Patrick Kelly verwijst in Infinite Dao naar een Daoïstische uitspraak die deze gedachte mooi verderzet: achter de woorden bevindt zich een beeld en achter het beeld bevindt zich de intentie. Wanneer je het beeld hebt begrepen, kun je de woorden vergeten. Wanneer je de intentie hebt gevonden, kun je ook het beeld loslaten. Dan kom je dichter bij de werkelijkheid.

Woorden hebben vanuit die gedachte een functie, maar ook een beperkte levensduur. Ze brengen ons ergens naartoe. Daarna moeten we verder.

Een leraar moet benoemen

Wie lesgeeft, kan moeilijk zonder woorden. Een leraar benoemt houdingen, bewegingen en principes. Hij spreekt over loslaten, wortelen, verbinden, zinken, openen en sluiten en nog veel meer. Hij probeert iets onder woorden te brengen wat hij zelf door jarenlange training heeft leren ervaren. Dat benoemen is noodzakelijk.

Wanneer je iets nog niet kunt waarnemen, heb je iemand nodig die je vertelt waar je misschien kunt zoeken. De woorden van een leraar richten de aandacht en de intentie. Ze maken een eerste onderscheid in een ervaring die voor een beginner nog één groot kluwen kan zijn.

Wanneer een leraar zegt: "laat je schouders los", kan de leerling alleen vertrekken vanuit zijn huidige begrip van loslaten. Wanneer hij spreekt over verbinding, zal de leerling zoeken naar iets wat binnen zijn huidige mogelijkheden als verbinding aanvoelt. Daarom is niet iedere uitleg op ieder moment even bruikbaar voor een leerling.

Een leraar probeert een aanwijzing te geven die aansluit bij het niveau waarop de leerling zich op dat moment bevindt. Niet noodzakelijk de meest volledige uitleg, maar de uitleg die de leerling op dat moment in de juiste richting kan sturen.

Wanneer een aanwijzing een waarheid wordt

Daar ontstaat een tweede probleem, hoe wordt de informatie verwerkt? Ons brein houdt namelijk van duidelijkheid. Het zoekt patronen, leggen verbanden en bouwen voortdurend modellen van de werkelijkheid. Dat is bijzonder nuttig, om niet te zeggen een evolutionair gegeven om in deze wereld te (over)leven. Maar die evolutie heeft ook gemaakt dat we het vermogen hebben ontwikkeld om gestuurd te leren.

Dat laatste is hetgeen ons echter ook kan beperken. We krijgen een aanwijzing, oefenen ermee en plots ervaren we iets. We maken een concept en….. dan gebeurt er iets heel menselijks.

We denken: Aha. Dit is het. Dit is wat mijn leraar bedoelde.

Op dat moment wordt een ervaring gemakkelijk een definitie, en het woord definitief staat daar gevaarlijk dicht naast. Wat oorspronkelijk een aanwijzing was om verder te zoeken, wordt iets waaraan we ons beginnen vast te houden.

Dat hoeft niet te betekenen dat onze ervaring fout is. Misschien is ze op dat moment zelfs precies wat we nodig hebben. Echter als ze als definitief wordt gebruikt, dan stopt het proces van leren en bereiken we een eindpunt.

De waarheid van vandaag

Maar wat is waarheid binnen tai ji? Hoe bepalen we waarheid? Waarheid kent vele gezichten.

Je kan stellen dat minstens drie aspecten mee bepalen wat wij op een bepaald moment als waar ervaren:

  • ons lichaam,
  • onze waarneming
  • en onze intelligentie / begrip.

Geen van deze drie aspecten is statisch. Ze veranderen zachtjes en continu doorheen de training.

Ons lichaam, naast dat we ouder worden, wat ook al wijzigingen meebrengt, veranderen de structuren in ons lichaam door het beoefenen van taiji. Spieren en gewrichten worden soepeler, botten weer wat sterker waardoor onze bewegingsvrijheid weer groter wordt.

Onze waarneming wordt gerichter waardoor we effectief ook 'anders' voelen. (Dat op zich is al een heel onderwerp om over uit te wijden). Maar de grootste spring is de focus van buiten naar binnen brengen. Nat zoals alle dingen heeft dit ook training nodig dat we niet steeds afgeleid zijn of wegdromen. Velen denken dat als ze meer bij zichzelf kunnen blijven dat ze dan zijn waarover gepraat wordt. Dat 'anders' voelen evolueert nog veel verder naar steeds fijner, zoals iemand me ooit zijn 'substieler'. (nee geen tikfout).

Het begrip, lijkt het meest statische zou je denken want we vormen dat. Ware het niet dat ons bren ook halvelings een eigen zinnetje heeft en met de proprioceptische feedback zelf aan de slag gaat. Dat kunnen we niet sturen ondanks de concepten die we creëren. Het diepe lichaam vormt zijn eigen bewegingsconcepten die vollediger zijn dan wat we erover kunnen bedenken. Als we voldoende eerlijk zijn zal dit spanningsveld tussen diep bewustzijn en onze neocortex gegenereerde bedenkingen ons vermogen om te begrijpen met wat we effectief ervaren doen verfijnen en groeien.

Het bijzondere is dus dat het instrument waarmee we onderzoeken zelf verandert terwijl we onderzoeken. Dat klinkt bijna als quantum fysica: het instrument beïnvloedt het experiment.

Wat vandaag buiten ons waarnemingsvermogen ligt, kan later misschien zichtbaar of voelbaar worden. Niet noodzakelijk omdat de werkelijkheid veranderd is, maar omdat wij veranderd zijn in onze mogelijkheid om haar waar te nemen.

Een jonge spruit is geen verkeerde versie van de boom die hij later wordt. Hij is volledig wat hij op dat moment kan zijn.

Zo kan ook een eerste ervaring of begrip juist en noodzakelijk zijn binnen de fase waarin we ons bevinden. Misschien loodst de leraar ons precies naar dat punt, omdat pas van daaruit een volgende stap zichtbaar kan worden.

Een ander aspect hiervan werd eerder al besproken in de blog Het lichaam als een middel om te leren. Het lichaam is niet alleen iets waarmee we uitvoeren wat we weten. Het is ook het instrument waarmee we verder leren ontdekken.

Dezelfde woorden, een andere betekenis

En toch blijven de woorden vaak precies dezelfde. Ontspannen blijft ontspannen. Song blijft song. Verbinding blijft verbinding.

Maar wat die woorden voor ons betekenen, en vooral wat we erbij ervaren, zal mits intentievolle training door de jaren heen sterk veranderen.

Wat we in onze eerste jaren onder "ontspannen" verstaan, kan later slechts een heel grove eerste benadering blijken te zijn. Niet omdat die eerste ervaring fout was, maar omdat we ondertussen meer kunnen waarnemen en onderscheiden.

Zo keren we binnen tai ji quan voortdurend terug naar dezelfde principes omdat we ze steeds meer en meer vanuit een veranderde ervaring opnieuw ontmoeten.

Het leerproces in Tai ji quan, is geen rechte lijn van onwetendheid naar kennis. Je kan het meer als een spiraal bezien. We keren terug naar dezelfde woorden en dezelfde principes, maar telkens vanuit een iets andere positie.

Intentioneel oefenen brengt ervaring. Door ervaring verfijnt het begrip. Vanuit dat nieuwe begrip onderzoeken we opnieuw wat we dachten al te kennen. In dat proces dienen we vaak niet het principe loslaten, maar ons beeld en concepten die we maakten van dat principe. Anders kan precies datgene wat ons eerst geholpen heeft later verhinderen dat we verder kijken. Het draait dus niet alleen om fu-ysieke spanning los te laten. (zie ook blog: Loslaten als sleutelproces in tai ji.)

Hoe meer we zien, hoe groter het onbekende

Daar zit nog een andere paradox. Wanneer onze ervaring en kennis groeien, verwachten we misschien dat alles steeds duidelijker en zekerder wordt. Voor een deel is dat ook zo. We leren beter onderscheid maken en bepaalde ervaringen worden betrouwbaarder. Maar tegelijkertijd worden steeds meer nuances zichtbaar.

Waar we vroeger één ding voelden, beginnen we verschillen te ontdekken. Waar een principe eerst eenvoudig leek, zien we plots meerdere lagen. Iedere ontdekking maakt daardoor niet alleen duidelijk wat we inmiddels begrijpen, maar toont ook nieuwe grenzen aan van dat begrip.

Werkelijke verdieping leidt zeker niet tot steeds grotere zekerheid. Er ontstaat juist een verfijnder besef van wat we nog niet weten.

Dat vraagt een bijzondere houding van een beoefenaar: voldoende vertrouwen om serieus te werken met wat je vandaag begrijpt, maar voldoende openheid om te aanvaarden dat dit begrip morgen misschien opnieuw moet verschuiven.

Daaruit zal iets ontstaan wat binnen het Taoïsme een kernaspect wordt geacht, en wat dus binnen een langdurige tai ji beoefening ook belangrijker wordt: nederigheid. Niet omdat we niets weten, maar omdat we steeds beter beginnen te zien hoeveel er nog te onderzoeken valt.

De verantwoordelijkheid van de leraar

Dat maakt ook de rol van de leraar bijzonder. Een leraar geeft niet simpelweg informatie door. Hij probeert richting te geven aan een proces.

Dat betekent dat dezelfde uitleg niet noodzakelijk geschikt is voor iedere leerling, en ook niet iedere leerling meteen kan omgaan met hoe en wat er gezegd wordt.

Soms moet een leraar iets vereenvoudigen. Soms moet hij een onderscheid sterk benadrukken. Soms moet hij een leerling jarenlang met één bepaald idee laten werken. Of net geen nieuwe antwoorden geven als er duidelijk nog dingen ontbreken die duidelijk nog eerst ervaren of geïntegreerd horen te worden.

Maar soms komt ook het moment waarop precies datgene wat ooit zorgvuldig werd opgebouwd, opnieuw dient losgelaten te worden.

Zoals een stelling gebruikt wordt om een huis te bouwen. De stelling is noodzakelijk tijdens de bouw, maar ze is niet het huis. Wanneer het gebouw zichzelf kan dragen, mag de stelling weer weg.

Voor de leerling kan dat verwarrend zijn. "Eerst zei je dat ik dit moest doen. Nu zeg je iets anders." Maar dat is niet noodzakelijk een echte tegenstelling. De eerste aanwijzing heeft de leerling gebracht tot het punt waarop een volgende aanwijzing hem of haar op de juiste verdere weg zet. Dat maakt ook dat er een zekere relatie en een wederzijds vertrouwen dient te ontstaan. Oprechtheid, welwillendheid, maar vooral nieuwsgierigheid en motivatie.

Een leraar kan het pad niet voor een leerling bewandelen. Hij kan richting geven, deuren aanwijzen en proberen te voorkomen dat iemand eindeloos in cirkels blijft lopen. Dit raakt ook aan wat eerder werd besproken in Een pad of vele paden?, waarin de leraar eerder als gids dan als eigenaar van de waarheid wordt beschreven.

En soms biedt ook een trainingspartner een noodzakelijke spiegel. In Tui Shou kan iets wat in onze eigen beweging perfect juist leek, plots veel minder vanzelfsprekend blijken zodra we werkelijk in contact komen met een ander.

Dan wordt ervaring opnieuw informatie. Niet om te bewijzen dat we fout waren, maar om opnieuw te kunnen verfijnen.

Terug naar het eerste vers

Misschien ligt precies daar de betekenis van het eerste vers van de Dao De Jing voor het leerproces.

Het probleem is niet dat we benoemen. We moeten benoemen.
Zonder woorden kunnen we moeilijk aanwijzen, leren, vergelijken of onderzoeken. Een leraar heeft woorden nodig en een leerling heeft begrippen nodig om richting te vinden.

Het probleem ontstaat wanneer we vergeten dat het benoemde een toegang is en niet noodzakelijk de werkelijkheid zelf.
De Dao die benoemd kan worden, is niet de eeuwige Dao.

Misschien moeten we daarom woorden volledig ernstig nemen zolang ze ons helpen zoeken, en tegelijk bereid blijven ze los te laten wanneer ze hun werk hebben gedaan.

De leraar geeft woorden.
De leerling onderzoekt.
De ervaring verfijnt.

Achter de woorden beginnen we een beeld te verstaan.
Achter het beeld beginnen we stilaan de essentie en de intentie te begrijpen.
En misschien komt er een moment waarop ook dat beeld niet meer nodig is.

Niet omdat we eindelijk alles begrijpen, maar omdat we geleerd hebben iets minder snel te besluiten dat we het begrijpen.
De woorden hebben dan hun werk gedaan.

Wat overblijft, is het verder bewandelen van de weg waarnaar ze al die tijd slechts probeerden te wijzen. Vanuit een gebalanceerde intentie alles laten stromen. Alles is aanwezig ook al begrijpen we het niet steeds.




Share